Dat doe je goed Peter,
Na volgende week ben ik ook een paar weken in digitale detox en modelbouw mute-mode
Schitterend wat Asao Shirai bouwt. Japan en modelbouw: de traditie van ambacht en miniaturen schijnt daar al eeuwenoud te zijn. Daarnaast is monozukuri ('het maken van dingen') een filosofie die in de cultuur verankerd zit. Een soort trots op het streven naar absolute perfectie in productie. Zo heb ik een hele simpele Sony-versterker uit 1973 die ik nog dagelijks in mijn werkkamer gebruik. Onverwoestbaar! En een prima geluidje. Mede daarom lijkt Japan mij een superinteressant land. Ooit wil ik naar de stad Shizuoka, de modelbouwhoofdstad. Hoewel de focus daar tegenwoordig sterk ligt op popcultuur en Gunpla – waar ik zelf niets mee heb – blijft het indrukwekkend hoe populair de hobby er is.
Nee, voorlopig geen TBM of Orion. Mijn volgende onderwerp, na afronding van de Grummans, zal naar alle waarschijnlijkheid de MLD Firefly zijn. En Britse onderwerpen zijn dan weer niet zo populair in Japan

Maar dat wordt echter pas in het najaar. Na de vakantie duik ik even onder voor een interne opleiding.
Dan nu verder met de laatste draadjes van de Tracker. De geometrie van de antennedraden op de staart kan er al snel onoverzichtelijk uitzien. Daarom stap voor stap wat ik heb gedaan. Misschien inspireert het anderen om dit model ook te bouwen. Het is is erg de moeite waard.

Stap 1: de V-shape antenne, lopend van tip, via de mast naar de andere tip van het staartvlak. Ik heb alvast een draad bevestigd aan de rechter motorgondel en deze met een plakbandje tijdelijk vastgezet, tot de kristalklear is uitgehard.

Stap 2: de draad vanuit de motorgondel, heb ik naar het kielvlak getrokken. Daar waar ze elkaar tegenkomen, heb ik ze bevestigd met een druppeltje kristalklear. Op de foto is ook vast een draad gespannen van de linkerkant van de romp naar een tijdelijke bevestiging op de vleugel. 'Links-rechts' allemaal in vliegrichting gezien.

En ook deze laatste draad is verbonden met het kielvlak, waarbij de V-draad ook weer onderling is bevestigd. Apart daarvan loopt een extra draad aan de linkerkant van de romp. Voor de liefhebbers zal ik het hieronder technisch toelichten.

Helaas is er geen directe informatie van Grumman of de MLD zelf te vinden. Op basis van verschillende bronnen, waaronder mijn oude Avionica en Instrumenten lesboeken van 25 jaar geleden, heb ik het volgende geanalyseerd. (correcties en aanvullingen zijn welkom).
Het hele stelsel van kabels bestaat uit drie systemen:
1. De korte golf AN/ARC-2 V-shape dipoolantenne (voor langeafstandscommunicatie). Rood in het schema.
2. De korte golf HF-langdraadantenne (voor frequentie- en bereik optimalisatie). Oranje in het schema.
3. De middengolf AN/ARN-6 'sense'-antenne van het radiokompas (ADF-navigatie). Blauw in het schema.

Citaat:
Hoewel alle draden aan de voorzijde samenkomen bij de centrale antennemast boven de cockpit, fungeert deze mast niet voor alle systemen als voedingspunt. Voor de langdraad en de sense-antenne is de mast puur een mechanisch ankerpunt. De werkelijke elektronische voedingen (lead-ins) zijn omwille van signaalscheiding en de interne indeling van de radioracks fysiek van elkaar gescheiden.
De V-shape dipoolantenne
De kabels van de V-shape dipoolantenne liepen van de mast boven de cockpit naar de uiterste punten van de horizontale stabilo's (staartvleugels). Door twee draden in een V-vorm te spannen, creëerden de ontwerpers een optimaal omnidirectioneel stralingspatroon. Dit zorgde voor een betrouwbaar zendsignaal boven de oceaan, ongeacht de vliegrichting.
De kabels waren aangesloten op de Collins AN/ARC-2 HF-radio, die was voorzien van een toen zeer modern autotune-systeem. Deze radio kon acht kanalen vooraf mechanisch programmeren. Zodra de vlieger een ander kanaal selecteerde, werden de interne circuits van de radio binnen zes seconden volautomatisch mechanisch afgestemd op de antenne-impedantie. Dit was een 'open' antenne waarop tijdens het zenden extreem hoge spanningen stonden. De benodigde energie werd geleverd via een 'lead-in'-kabel die vanuit de romp rechtstreeks via de centrale antennemast naar de draden liep. De ophangpunten en rompdoorvoeren van de draden waren voorzien van zware isolatoren om spanningsoverslag naar de metalen romp en vonkvorming te voorkomen.
De HF-langdraadantenne
Deze liep van de mast direct naar de top van het kielvlak en bood de radio een alternatief stralingspatroon. Bij het vliegen vlak boven zee, tijdens de jacht op onderzeeboten, verandert de elektrische wisselwerking tussen de antenne en het wateroppervlak (de impedantie) drastisch ten opzichte van patrouillevluchten op grotere hoogte. Afhankelijk van de gekozen frequentie kon er via een relais worden geswitcht tussen de V-vorm en de langdraadantenne om het bereik te optimaliseren en een storingsvrije radioverbinding met het moederschip te behouden.
De elektronische voeding van deze antenne liep niet via de cockpitmast. In plaats daarvan takte er een aparte lead-in van de langdraad af, die aan de rechtermotorgondel en de linker kant van de romp was bevestigd. Daarmee werden meteen de kabels onder spanning naar beneden gehouden in verband met het vouwen van de vleugels op het dek.
De AN/ARN-6 'sense'-antenne
De middengolfantenne van de Automatic Direction Finder (ADF of radiokompas) liep links langs de romp naar het kielvlak. Het ADF-systeem bestond uit twee delen: de loop antenna, die ondergebracht was in de kleine zwarte radome boven op de romp, en deze losse draadantenne. De draadantenne werkte als 'sense'-antenne: deze corrigeerde de 180-graden onzekerheid van de loop-antenne, zodat het kompas exact wist of het baken zich vóór of achter het vliegtuig bevond. Dit was het primaire ‘homing’ systeem om de Karel Doorman terug te vinden op open zee. Het schip zond via een Non-Directional Beacon (NDB) een signaal uit. De ADF-ontvanger in de Tracker vertaalde dit signaal naar een pijl op een indicator, die de piloot rechtstreeks naar de thuisbasis (home) leidde.
Waarom zulke lange kabels?
Tegenwoordig zijn vergelijkbare (of zelfs betere) systemen niet of nauwelijks zichtbaar aan de buitenkant van een vliegtuig. Dat was in de analoge jaren vijftig wel anders. Om een radiogolf efficiënt uit te zenden, moet een antenne bij voorkeur exact de helft (1/2 golflengte) of een kwart (1/4 golflengte) van de fysieke radiogolf lang zijn.
Bij een frequentie van 3 MHz is de golflengte bijvoorbeeld circa 100 meter. Een ideale antenne hiervoor is dus 25 tot 50 meter lang. Omdat de Grumman Tracker veel korter is dan 50 meter, moesten de technici de draden zo lang mogelijk maken om die lengte enigszins te benaderen. Dit deden zij door de draden in een V-vorm van de mast naar de uiterste punten van het horizontale stabilo te spannen. Een speciale antennetuner (antenna coupler) in het vliegtuig paste de elektrische impedantie van de draad dynamisch aan (matchen), zodat de radio op elke gekozen frequentie zijn vermogen optimaal kwijt kon. Een slim systeem dat bij wijze van spreken de radio 'fopte' door de draad elektronisch langer te laten lijken dan hij fysiek was.
Dit systeem was hypermodern in de vroege jaren vijftig, maar raakte tijdens de operationele periode van de MLD Grumman Tracker op radiogebied achterhaald. In de jaren zestig stapte de NAVO, en daarmee ook de MLD, over op SSB (Single Sideband). Deze nieuwe modulatietechniek was veel efficiënter, bood meer bereik met minder vermogen en was minder storingsgevoelig. Bovendien ging men hiermee van 8 kristalgestuurde voorkeuzekanalen naar wel 28.000 kanalen, mogelijk gemaakt door de introductie van de elektronische frequentiesynthesizer. Hoewel de opvallende antennedraden aan de buitenkant bleven zitten, veranderde de techniek aan de binnenkant drastisch. Het staat symbool voor de overgang van de rigide kanaalkeuze uit de Tweede Wereldoorlog naar de flexibele, vroege elektronische automatisering in de Koude Oorlog.

En daarmee is het eindelijk tijd geworden om de laatste delen te bevestigen. De metalen steunen voor de vleugels kunnen op hun plaats.

Daarna de vleugels zelf. Met een tape heb ik ze op hun plaats gehouden om ze niet teveel voorover te laten kantelen.
Hierna volgen de eindfoto's. Dank voor volgen. En het lezen van de grote hoeveelheid tekst, als je er aantoe bent gekomen. En anders is het vooral referentie voor toekomstige bouwers. Deze informatie was verder nergens te vinden. En de mannen die het nog van vroeger kennen, ontvallen ons langzaam. Dus dacht ik er goed aan te doen de kennis hier een beetje te conserveren.
Goed weekeind

VJ