
Mijn allereerste scratchbouwproject! Deze openingspost bevat al meteen een hoop updates van de bouw, omdat ik eerst zelf nog maar even moest zien of dit wel ging lukken. Hoewel ik er de laatste jaren steeds meer lol in krijg om met behulp van Evergreen plastic cockpitjes en dergelijke te detailleren of zelf te maken, is dit natuurlijk wel een flinke stap moeilijker. Inmiddels heb ik er vertrouwen in dat dit ook daadwerkelijk een afgerond modelletje op gaat leveren. Eerst even een stukje geschiedenis.
Frederik (Frits) Koolhoven werd in 1886 geboren in Bloemendaal, een welgesteld villadorp aan de rand van Haarlem. Na een succesvolle maar korte carrière als autocoureur haalde Frits in 1910 zijn vliegbrevet bij de Franse broers Hanriot. In die tijd was het niet ongebruikelijk dat aviateurs hun eigen vliegtuigen bouwden of bestaande vliegtuigen sterk aanpasten. De kleine vliegtuigfabriek die Koolhoven opzette in Soesterberg ging al snel weer failliet, maar leverde hem wel veel ervaring op met het ontwerpen en bouwen van vliegtuigen. Koolhoven besloot hierna zijn diensten aan te bieden aan diverse vliegtuigbouwers in Engeland.
Goede timing, zou je zeggen: met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog nam de vraag naar vliegtuigen explosief toe. In Duitsland maakte een tot dan toe nog vrij onbekende landgenoot van Koolhoven furore door behoorlijk goede gevechtsvliegtuigen te bouwen voor het Duitse leger. De Britten en de Fransen zetten alles op alles om tegenwicht te bieden tegen de vliegende moordmachines van deze zekere Anthony Fokker.
Koolhoven, inmiddels in dienst bij het Britse Armstrong Whitworth, ontwierp een aantal succesvolle vliegtuigen voor deze fabrikant. Van de Armstrong Whitworth F.K.8 (waarin de F.K. staan voor de initialen van Frits Koolhoven) werden er uiteindelijk 1650 gebouwd. Een aantal van deze toestellen kwamen in luchtgevechten rechtstreeks tegenover toestellen van die andere Nederlander te staan. Zowel de heren Fokker als Koolhoven hielden zich overigens zoveel mogelijk afzijdig van de politiek. Zaken waren zaken.
In 1917 stapte Koolhoven over naar de British Aerial Transport Company (BAT) en ontwierp hier de BAT F.K.23 'Bantam'. De Bantam, vernoemd naar een Javaanse hanensoort, vloog voor het eerst in 1918. Het ontwerp was opvallend en vooruitstrevend. Waar de meeste vliegtuigen in die tijd werden opgebouwd uit een combinatie van gelaste staalbuis en houtconstructies bespannen met linnen, had de romp van de Bantam een zogenaamde monocoque-constructie. Deze bouwwijze, die Koolhoven meenam uit zijn korte carrière bij het Franse Deperdussin, houdt in dat de romp bestaat uit voorgevormde houten panelen die met minimale interne versteviging een stevige 'shell' vormen. Dit levert een veel gestroomlijnder gevormde romp op dan de gangbare doosvormige constructies, die bovendien ook nog eens lichter is door het minimale gebruik van staalbuis.
Een ander opvallend detail aan de Bantam was de plaatsing van de bovenvleugel. Bij de meeste tweedekkers hing de bovenvleugel een eindje boven de romp, zodat de vlieger onder de bovenvleugel door keek. Bij de Bantam was de romp gesandwiched tussen de onder- en bovenvleugel, waarbij het hoofd van de vlieger uit een opening in de bovenvleugel stak.
De zevencilinder Wasp-stermotor van fabrikant ABC zat mooi weggewerkt in een gestroomlijnde kap, waarbij alleen de bovenste delen van de cilinders uitstaken ten behoeve van de koeling.
Het vliegtuig bleek met een topsnelheid van 222 kilometer per uur een van de snelste vliegtuigen uit die tijd, en ook de vliegeigenschappen vielen in de smaak. De Royal Air Force was genoeg onder de indruk om zes Bantams te bestellen bij wijze van proef.

Helaas bleek er toch nog wel het een en ander voor verbetering vatbaar, waaronder de betrouwbaarheid van de motor, en deze verbeteringen kwamen niet op tijd voor het einde van de Eerste Wereldoorlog. Frits Koolhoven keerde terug naar Nederland waar hij in 1919 de Bantam liet voorvliegen op de E.L.T.A.* in Amsterdam. Dit heeft niet meer geleid tot verdere orders.
*Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling Amsterdam
Hoewel er uiteindelijk maar 15 Bantams zijn gebouwd, wordt gezegd dat dit toestel de potentie had om het nieuwe basisgevechtsvliegtuig van de RAF te worden en zo de Sopwith Camel te vervangen.
In 1990 haalde de net opgerichte Stichting Koolhoven de resten van een voormalig RAF-toestel naar Nederland. Na een jarenlange restauratie, waarin het vliegtuig werd afgewerkt in de demonstratiekleuren van de E.L.T.A. (maar gek genoeg foutief met RAF-driekleur op het kielvlak) werd het vers gerestaureerde (maar niet-vliegende) toestel overgedragen aan het Aviodrome. Later is deze in permanente bruikleen gegeven aan het Rijksmuseum in Amsterdam, en daar is de Bantam dus nog steeds te bewonderen! Zie ook de foto helemaal bovenaan.
Dan het model. Rob Hamann heeft op dit forum in 2012 een mooi bouwverslag geplaatst van een 1:72 Bantam, gebruikmakend van een vacuform kit die nergens meer verkrijgbaar is.
Kijk vooral even hier!.
Nu ben ik me de laatste maanden aan het verdiepen in de geschiedenis van de Nederlandse luchtvaart, en dit sierlijke kleine toestelletje in deze kleurstelling sprak me erg aan. Nadat Rob me voorzien had van flink wat nuttige info, zoals een mooie tekening op schaal (dank!!) besloot ik de uitdaging aan te gaan en te zien tot hoe ver ik zou komen.
De allereerste stap:

Zeven dwarsschotjes op maat gemaakt, waar meteen wat giswerk bij kwam kijken. De hoogte en breedte waren makkelijk uit de schaaltekening te herleiden, maar de exacte eivorm niet. De voor- en achterwand van de cockpit zijn meteen met elkaar verbonden door een vloertje.
Daarna werd de rest van de schotjes op de juiste afstand bevestigd aan een tweetal langsliggers. Hierbij natuurlijk constant de juiste vorm in de gaten houdend.


Toen ik tevreden was met de vorm en afmetingen, begon ik de romp te 'bekleden'. Eerst heel ruw, met gebogen stukjes plastic. Ik legde een hoop vertrouwen in het latere schuurwerk...


Tussen het vele schuurwerk door (mijn vriendin werd snel gek van het geluid) bestreek ik de romp meerdere keren met een zelfgemaakt papje van dunne lijm en stukjes plastic. Hierdoor ontstaat een dikke brij van vloeibaar plastic. Het voordeel hiervan t.o.v. plamuur is dat hier, na droging, ook weer met diezelfde lijm dingen op geplakt kunnen worden. Nadeel is dat het het onderliggende plastic natuurlijk erg week maakt, waardoor ik het rompje soms meerdere nachten moest laten uitharden. Beetje bij beetje kwam de vorm erin...

In de tussentijd ging ik aan de slag met de vleugels. Deze zijn qua vorm lekker simpel, namelijk volledig rechthoekig met afgeronde hoeken, maar ik wilde vooral voorkomen dat de vleugels eruit gingen zien als plankjes. Er moest wel een bepaalde welving inkomen, met een mooi ronde vleugelvoorrand en dunne achterrand. Ook de V-stelling werd erin gebogen.

Op deze foto is al een beetje te zien waar ik later nog tegenaan liep: de vleugel zit te ver naar achteren. Ook heb ik de rolroeren veel te lang gemaakt omdat ik verkeerd keek (ik vond het al raar), dit heb ik later nog gecorrigeerd.

De vleugels werden na bevestigen beplakt met hele dunne plastic stripjes om de ribben te simuleren. Ik heb er meerdere keren een dikke laag Tamiya extra thin cement overheen gesmeerd om ze een beetje te laten uitvloeien in de vleugel, en daarna werd alles nog wat vlakker geschuurd.

Toen ik de bovenvleugel (die ik nog helemaal niet op de foto heb, besef ik nu) paste, kwam het probleem van de te ver naar achteren liggende vleugel aan het licht. Omdat de twee vleugels recht boven elkaar horen te zitten, is er geen enkele ruimte om hier wat in te smokkelen door het vliegtuig een iets te grote 'stagger' te geven. Uiteindelijk heb ik van dit probleem langer zitten balen (twee uur) dan het loshalen en verplaatsen van de vleugel daadwerkelijk kostte (uurtje).

De achtervleugel heb ik bevestigd door een uitsparing in de romp te zagen. Dit lijkt wat omslachtig, maar leek mij makkelijker dan de achtervleugel op te delen en de aansluiting met de romp in de juiste schuinheid af te schuren, om over het stevig vastlijmen nog maar te zwijgen.

De gestroomlijnde motorkap kostte ook nog wel wat denkwerk. Het liefst had ik de Wasp-stermotor als één geheel gescratcht om hierna de motorbehuizing eromheen te bouwen. Ik was alleen bang dat dit het onmogelijk maakte om de kap en romp vloeiend in elkaar over te laten lopen, omdat ik ook hier weer moest vertrouwen op schuurblokjes. Het plan is nu om de cilinders gewoon los te scratchen en in een later stadium in de openingen te lijmen. Deze openingen zitten, voor zover ik nu kan zien, op juiste gelijkmatige afstand van elkaar. Nu maar hopen dat dit ook nog zo lijkt als de cilinderkoppen eruit steken.

De vorm komt er aardig in zo. De laatste oneffenheden moeten nog worden weggewerkt, en een aantal oppervlaktedetails aangebracht, en dan kan ik het toestel in de primer zetten.
Ik heb overigens nog niets van de cockpit laten zien, maar daar valt ook niet zoveel te zien. Er zit een heel simpel voetenstuurtje in, en de boel is houtkleurig geschilderd. Het instrumentenpaneel en de stoel zijn nog in aanbouw en worden achteraf aangebracht, zodat ik tijdens het spuiten een stukje schuim in de opening kan duwen zonder de cockpit te beschadigen. Voor nu ben ik nog aan het twijfelen over de volgorde van montage en spuiten. Het liefst zet ik de bovenvleugel met de vleugelspijlen vast voor het spuitwerk, maar dan kom ik er natuurlijk wel lastig bij. Aan de andere kant hoeven er ook weer geen ingewikkelde dingen worden afgeplakt.

In de tussentijd ben ik gaan nadenken over de propeller. Ik overwoog ook de propeller volledig te scratchen, maar ontdekte dat de propeller van een Smer (Roden-rebox) Fokker E.III ééndekkertje een heel goed startpunt was. Ook de wielen van deze kit blijken prima te gebruiken voor de Bantam. Om het plunderen van dit kitje te rechtvaardigen, heb ik zelfs een prima doel gevonden voor de vleugels (iets met een volgend scratchproject van een Blériot).


De Bantam heeft opvallend scherpe tips aan de propellerbladen zitten. De Fokker-propeller was breed genoeg om deze vorm erin te schuren. Het hart van de propeller kreeg een PE-onderdeeltje. Ik denk dat dit perfect is zo!

De volgende stap is het maken van de vleugelstijlen en de constructie van het landingsgestel. Ik moet dus ook een knoop gaan doorhakken over de volgorde van spuiten en monteren. In elk geval nog genoeg te doen, en dat voor een modelletje met een romp zo groot als mijn pink!
Groetjes Jelle